Preek bij de 6e zondag na Pinksteren

Preek bij de 5e zondag na Pinksteren (10), 12 juli 2020, Alkmaar
Jesaja 55:6-13, Romeinen 7:21-8:6, Matteüs 13:1-23

Zittend in de kerk en luisterend naar de lezingen uit de bijbel kan het gebeuren dat de woorden je ene oor invliegen en het andere oor weer uit. Soms kun je daar niet eens veel aan doen, is mijn ervaring. Je kunt er gewoon je aandacht niet bijhouden, of er gaat zoveel in je om, dat je de woorden maar even over je heen laat komen. Een andere keer hoor je de woorden wel, en raken ze je ook, maar ontglipt je buiten de kerk al weer snel een krachtterm, bijvoorbeeld vanwege een lekke band of door een onvoorzichtig overstekende fietser. De kerkdienst heeft je blijkbaar maar zeer kortstondig verlicht… Wat ook kan gebeuren is dat je de blijde boodschap in de kerk echt wel gehoord hebt, maar dat die toch niet opweegt tegen de ellende die je overkomt of die je om je heen ziet gebeuren. Het kan je gewoon niet troosten, het lijkt te ver weg en te onbestaanbaar, God zelf lijkt te ver weg.

Bovenstaande ervaringen kon ik allemaal zonder veel moeite uit mijn eigen ervaring putten. En dan ook gelukkig wel de momenten dat mijn leven echt in een ander licht kwam te staan, heel onverwacht soms, me tot tranen toe ontroerd soms, door wat ik al luisterend, zingen en bidden in een kerk ervoer. Het zijn die momenten die je moet zien te koesteren, die je manier van in het leven staan beïnvloeden, die bouwstenen zijn van een geloof dat ook in mindere tijden toch een dragende kracht is. Het komt trouwens niet zelden voor dat juist ook moeilijke tijden die vruchtbare grond blijkt te zijn, waarin God dichtbij is op een manier waarop je dat niet eerder mocht ervaren. Kortom je weet het maar nooit. Zoekt God terwijl Hij zich laat vinden, hoorden we in de eerste lezing.

En ondertussen zijn wij het hele landschap at Jezus schetst. De goede grond, waarin het zaaigoed een goede bodem vindt, maar ook wel de weg, waarop het verwaait, de rots waarop het maar even opschiet, of het veld met distels, waarin het snel wordt overwoekerd. Is het erg, dat we dat allemaal zijn? Tja, verkeerde vraag misschien, we zíjn het gewoon, het is een gegeven. Zo gaat het met ons, in wat ons overkomt, in ons op en af. Wat constant blijft is de zaaier die altijd zaait, of we er nu wel of niet voor openstaan. Wat van onze kan kán blijven is ons doorgaan met het maken van tijd en ruimte voor gebed, hier in de zondagse dienst en in het dagelijks leven. Niet voor niets worden het godsdienstoefeningen genoemd. Het is niet altijd even leuk of inspirerend of je denkt vast wel eens waarom doe ik dit of waarom kom ik eigenlijk, en dan kan het voelen als een oefening die niet altijd leuk of zinvol voelt. Maar toch is het goed om vol te houden. Volhouden zoals kloosterlinge volhouden. Ook zij zullen niet altijd even veel aan hun momenten van gebed beleven.

De parabel van de zaaier wordt door Jezus zelf uitgelegd aan zijn vrienden. Zij hebben hem gevraagd waarom hij in gelijkenissen spreekt tot zijn toehoorders. En dan blijkt dat Jezus een geheimtaal gebruikt, die bewust ten doel heeft dat niet iedereen het zomaar kan verstaan. Dat kan ons misschien verbazen als we ons Jezus voorstellen als de mens die openlijk van God getuigde en daarbij de confrontatie met tegenstanders niet schuwde en er ook de uiterste consequentie van droeg: zijn lijden en dood. Dat is wel zo, maar er is ook een tijd geweest dat Jezus uitweek voor wie hem bedreigden, omdat zijn werk op aarde nog niet gedaan was. En in die tijd spreekt hij ook de taal van de onderdrukten, die zo vaak niet vrij-uit mogen zijn wie ze zijn en mogen zeggen wat ze willen. Code-taal, verstaanbaar voor wie horen kan. Zo zongen de zwarte slaven in Amerika een onschuldig klinkend lied over het brengen van water naar de werkers op het land, wat in feite ging over hun verlangen naar ontsnapping en vrijheid. En ook zo richtten mensen die homoseksualiteit bespreek baar wilden maken in Nederland kort na de oorlog, een vereniging op met een merkwaardig vage naam: Cultuur- en Ontspannings Centrum, COC, omdat homoseksualiteit dus nog niet bespreekbaar was. Maar wie oren had, die zou hore!

Zo vertrouwt Jezus er ook op dat zijn leerlingen deze parabel op de juiste wijze zouden verstaan. En dat ze dus niet snel zouden zeggen: ah, die mensen bij wie het zaaigoed in goede aarde valt, dat zijn wij natuurlijk, in tegenstelling tot andere mensen die aan ons niet kunnen tippen. Wie de parabel zo verstaat heeft er niet alleen niets aan, maar verandert hem ook in een instrument dat zou kunnen worden gebruikt om mensen in groepen tegenover elkaar te zetten. Ik denk datJezus er daarom voorzichtig mee is, en de gelijkenis niet ten overstaan van de menigte uitlegt.

Wie de gelijkenis verstaat als de vier verschillende landschappen van één ziel, van één mens, van zichzelf, die zal niet maar blijven kijken naar dat zaaigoed en die vier landschappen, maar het oog weer in verwondering richten op de zaaier. Wie is deze God, die zo ruimhartig zaait, niet alleen in vruchtbare aarde maar zo’n beetje overal, en zich niet laat tegenhouden door het feit dat het zo vaak niks opbrengt? Wie is deze God, die, als het zaad in goede aarde valt en vrucht opbrengt, het ook nog niet erg lijkt te vinden als de opbrengst terugloop? Het brengt honderdvoudig, zestigvoudig, dertigvoudig op, zo hoorden we. Wij zouden het andersom gezegd hebben, de suggestie in stand latend dat de opbrengst ook nog wel eens meer dan honderd zou kunnen worden. Maar God ziet een terugloop in aantal niet perse als een achteruitgang. Misschien wel gewoon als een voortgang. Jezus had ook tijdens zijn leven steeds minder volgelingen. Toch kwam Hij steeds dichter bij zijn bestemming. De belofte, die ooit aan Abraham werd gedaan, blijft gelden: ontelbaar zal je zaad zijn op aarde, zoveel nakomelingen als de zandkorrels aan de zee. God is niet zoals wij. Geen beleidsmatige en zo rendabel mogelijke zaaier, en succes is in zijn ogen niet perse gelijk met getalsmatige groei. God zegt: “Het Woord, dat uitgaat van mijn mond, zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren”. In zijn goedheid blijft Hij zaaien en wij mogen dat weten, opdat we verstaan dat Gods woord overal, zelfs in de meest duistere en droevige situaties en tijden, te vinden en te verstaan kan zijn. Wie oren heeft, die hore. Amen

Pastoor Erna Peijnenburg

Oud-katholieke parochie H. Laurentius, Alkmaar