Gedachte bij het feest van Hemelvaart

naar aanleiding van Handelingen 1:1-11

‘Bent u de vierde in de rij, dan openen we meteen een kassa erbij’. Of woorden van dergelijke strekking nog steeds in supermarkten hangen weet ik eerlijk gezegd niet, nu door plastic schermen, afstandsstrepen en schoongemaakte winkelwagentjes tegenwoordig ook daar alles anders is. Wachten is nou eenmaal niet leuk. Misschien denken we wel dat het eigenlijk liefst altijd voorkomen moet worden. Toch is dat het belangrijkste dat we Jezus in deze lezing horen zeggen tegen zijn vrienden. ‘Jullie moeten afwachten’, zegt hij. En: ‘Blijf in de stad.’

Tegenwoordig weten we meer dan ooit wat afwachten is. We wachten in openbare ruimtes tot een ander begint te bewegen en wij ook weer verder kunnen, we moeten wachten tot we elkaar weer kunnen ontmoeten, tot we weer naar ons werk kunnen of naar school of naar een terras of op vakantie. We weten de reden. Het wachten is, zoals altijd toch? een noodzakelijk kwaad…

Maar is het dat ook in het verhaal van Jezus’ hemelvaart? Waarom moeten de vrienden van Jezus eigenlijk wachten? Dit verhaal laat nog eens zien dat de paastijd, waarin we ons nu al veertig dagen begeven, eigenlijk ook een tijd van afwachten is. Christus is verrezen, alleluia! Het is mooi, maar het gaat in feite de menselijke pet te boven. Het is duidelijk te lezen in de opstandingsverhalen. Maria Magdalena, Petrus en een andere leerling zien het lege graf en ontmoeten de verrezen Heer, maar hebben geen idee wat ze er mee aan moeten. Twee leerlingen die richting Emmaüs lopen en gezelschap krijgen van de verrezen Heer, herkennen hem pas na een hele tijd, bij het breken van het brood. En Thomas (h)erkent de verrezen Heer pas nadat hij de wonden van Jezus heeft kunnen aanraken. En daarna… horen we niet meer wat er met hen gebeurt. Het lijkt niet erg het vermelden waard om erover te berichten hoe het verder ging na de onmiskenbare ontmoeting met de Verrezene. De reden kan alleen maar zijn dat er nog niet veel te vermelden viel. De vrienden van Jezus hadden stomweg tijd nodig. Ze moeten wachten. Een wachten niet als een zinloos aftellen van dagen en uren maar als het passeren van de tijd die nodig is om een zaadje in de grond te laten groeien. De tijd als groeiproces.
Ook dit is de vrienden van Jezus niet meteen duidelijk. Waarom moeten ze wachten en in de stad blijven? Ze vermoeden dat het opnieuw om “iets van boven” zal gaan, zoiets als de overwinning op de dood die hun pet te boven gaat. ‘Heer, herstelt Gij in deze tijd het koninkrijk voor Israël?’ Wordt uw rijk van vrede nu op aarde gevestigd? Maar nee, de Heer wijst terug. Niet Ik, of de Eeuwige, maar jullie. Jullie zullen kracht ontvangen van de heilige Geest en jullie zullen van mij getuigen over heel de aarde. En waarom je daarop moet wachten? Omdat je tijd moet hebben om ernaar toe te kunnen groeien. God wacht op het moment dat jullie eraan toe zijn.

Er moet eerst iets anders gebeuren. Jezus zal voorgoed uit hun gezicht verdwijnen. Sprakeloos en stil staan de vrienden van Jezus naar de hemel te staren waar hij in verdween. Het er zal om te beginnen tijd voor nodig zijn om dat te verwerken. Het is tijd die God aan mensen geeft. De Geest, die beloofd is, de Geest die hen zal vervullen van enthousiasme en moed en hen zal ingeven wat ze moeten zeggen om van Jezus te getuigen, zal komen op het moment dat ze eraan toe zijn. En God is als een goede Vader, die zijn kinderen de tijd geeft om te groeien.

Wachten kan dus ook zinvol zijn en gaan over groei. Dat is het heilige wachten, een wachten waarin iets tot stand komt. Zou het wachten dat wij in deze tijd moeten doen ook zo’n zinvol wachten kunnen zijn? Misschien denk je nu: nee, want ik wil graag naar het terras en daar ben ik echt wel klaar voor… En natuurlijk is dit wachten niet als je het beter bekijkt een periode van groei, het is veel meer een periode van preventie. ‘Wacht tot het rode licht gedoofd is…’ We hoeven het niet mooier te maken dan het is, dit wachten is niet van nature iets positiefs. Maar dat betekent niet dat we er niets iets positiefs van zouden kunnen maken. Deze wachttijd gebruiken als tijd om te ervaren hoe het is dat ons leven op veel manieren tot stilstand is gekomen. Het gebruiken als tijd van groei om te (her)ontdekken wat we nou echt zouden wíllen en wat er nou echt belangrijk is als er weer meer mogelijk is, in plaats van ons direct weer te laten meevoeren door allerlei drukte. Een tijd waarin we kunnen herbezien hoe we omgaan met de aarde en met ons leven… In het vertrouwen dat we de Geest mogen ontvangen die ons de kracht zal geven om wat in ons hart is gegroeid dan handen en voeten te geven.
  
Amen

Pastoor Erna Peijnenburg

Oud-katholieke parochie H. Laurentius, Alkmaar